Antwoord op uw vraag

De meest gestelde vragen

Klik op de vraag om het antwoord te lezen.

 

Wat wordt bedoeld met de verschillende clusters?

 

Cluster 1: Onderwijs aan leerlingen met een visuele beperking
Cluster 2: Onderwijs aan leerlingen met een auditieve en/of communicatieve beperking
Cluster 3: Onderwijs aan zeer moeilijk lerende, langdurig zieke leerlingen, lichamelijke gehandicapte leerlingen en meervoudig gehandicapte leerlingen
Cluster 4: Leerlingen met een gedragsstoornis of ernstige gedragsproblemen

 

Wat is basisondersteuning?

 

Alle scholen van het samenwerkingsverband bieden basisondersteuning. Dat is niet alleen het verzorgen van goed onderwijs, maar ook de ondersteuning die de school zelf al biedt om met het grootste deel van de groep de einddoelen van het basisonderwijs te halen. Dat gaat om de maatregelen die de leerkrachten zelf in hun eigen groep treffen, binnen het lesprogramma van de school.
In Friesland omvat de basisondersteuning niet alleen kwalitatief goed onderwijs voor de gemiddelde leerling, maar ook voor leerlingen die er wat meer moeite mee hebben of juist extra uitdaging nodig hebben. Elke basisschool biedt bovendien programma’s voor dyslexie en dyscalculie, voor het tegengaan van sociale onveiligheid en gedragsproblemen en signaleert op tijd of er leer- of opvoedingsmoeilijkheden zijn. Verder werken de scholen zo nodig samen met partners in de sociale hulpverlening. Onderdeel van de basisondersteuning is ook de toegankelijkheid voor leerlingen met een lichamelijke handicap.
 

 

Wanneer geldt de zorgplicht van een school?

 

De zorgplicht geldt wanneer:
•    er plaatsruimte is op de school;
•    de ouders de grondslag van de school respecteren;
•    de leerling heeft extra ondersteuning nodig en ouders hebben dit bij aanmelden aangegeven;
•    wanneer een leerling bij meerdere scholen is aangemeld, heeft de school waarvoor de ouders de meeste voorkeur hebben, de zorgplicht.
Binnen 6 weken (met mogelijke verlening tot 10 weken) na ontvangst aanmelding wordt een leerling geplaatst op de school van aanmelding dan wel op een andere passende school.

 

Wat staat er in het ondersteuningsplan?

 

Binnen het samenwerkingsverband maken de schoolbesturen met elkaar afspraken over de manier waarop alle leerlingen in het samenwerkingsverband zo goed mogelijk de passende ondersteuning kunnen krijgen die zij nodig hebben. Deze afspraken worden vastgelegd in het ondersteuningsplan. In het ondersteuningsplan staat onder andere:
•    het niveau van basisondersteuning (ondersteuning die alle scholen moeten bieden) beschreven;
•    de criteria en procedure voor verwijzing naar het speciaal basisonderwijs en het speciaal onderwijs;
•    het verdelen van het budget voor extra ondersteuning;
•    de beoogde kwantitatieve en kwalitatieve resultaten;
•    de informatieverstrekking aan ouders over de ondersteuningsvoorzieningen;
•    mogelijkheden voor onafhankelijke ondersteuning.

 

Wat is een schoolondersteuningsprofiel?

 

Het schoolondersteuningsprofiel is een document dat elke school voor primair of voorgezet (speciaal) onderwijs opstelt. In het schoolondersteuningsprofiel wordt in ieder geval omschreven welke extra ondersteuning de school kan bieden en hoe die georganiseerd is (bijv. een speciale klas). Daarnaast kan de school in haar schoolondersteuningsprofiel beschrijven op welke wijze zij de basisondersteuning verzorgt. De basisondersteuning geeft aan welke zorg en ondersteuning iedere school in het samenwerkingsverband minimaal moet bieden. Het niveau van basisondersteuning legt het samenwerkingsverband vast in het ondersteuningsplan. Alle scholen van ons samenwerkingsverband beschrijven in hun schoolondersteuningsprofiel:
•    in hoeverre de school voldoet aan de basisondersteuning;
•    welke deskundigheden de school bezit en welke deskundigheden zij van buiten beschikbaar hebben en wat daarvan de kwaliteit is;
•    welke ondersteuningsvoorzieningen de school heeft (inclusief voorzieningen in de fysieke omgeving) en wat daarvan de kwaliteit is;
•    met welke partners de school samenwerkt en hoe die eruit ziet;
•    welke plannen de school heeft om zich verder te ontwikkelen op bovenstaande punten.
 

 

Wat houdt het ontwikkelingsperspectief in?

 

Als duidelijk is dat de leerling extra ondersteuning nodig heeft, bekijkt de school op welke manier het leren en ontwikkelen kan worden ondersteund. Daarvoor wordt eerst een ontwikkelingsperspectief voor het kind gemaakt. Daar staat in wat er nodig is, op welk niveau de leerling vermoedelijk zal uitkomen en welke belemmeringen en mogelijkheden daar een rol bij spelen. Daarmee wordt beoordeeld welke ondersteuning de leerling nodig heeft. De maatregelen en deskundigheid die nodig zijn en het bepalen van de beste plek worden samen het ondersteuningsarrangement genoemd. Voor het opstellen van een ontwikkelingsperspectief is altijd een deskundigenadvies nodig van minimaal twee deskundigen waaronder een orthopedagoog. Met ouders wordt over het ontwikkelingsperspectief op overeenstemming gericht overleg gevoerd en ouders stemmen in met het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. 
Ieder jaar wordt het ontwikkelingsperspectief bijgesteld en bespreken school en ouders deze met elkaar.

 

Welke leerlingen vallen onder EMB?

 

Bij EMB leerlingen gaat het om kinderen met:
a. een laag ontwikkelingsperspectief ten gevolge van een ernstige verstandelijke beperking (IQ < 35), vaak met moeilijk te ‘lezen’ gedrag en ernstige sensomotorische problematiek (zoals ontbreken van spraak, bijna niet kunnen zitten of staan), of
b. een matig tot lichte verstandelijke beperking (IQ tussen 35 en 70) en een grote zorgvraag ten gevolge van ernstige en complexe lichamelijke beperkingen, of
c. een matig tot lichte verstandelijke beperking (IQ tussen 35 en 70) in combinatie met moeilijk te reguleren gedragsproblematiek als gevolg van ernstige psychiatrische stoornissen.
Voor deze leerlingen geldt dat zij zich rechtstreeks kunnen melden bij een school voor speciaal onderwijs. Deze school draagt zorg voor het aanvragen van de toelaatbaarheid bij het samenwerkingsverband. Deze leerlingen krijgen een beschikking die geldig is voor het hele verblijf in het speciaal onderwijs. Veel leerlingen maken de overstap naar het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) op de leeftijd van 12 jaar, maar in elk geval verlaten de leerlingen het speciaal onderwijs aan het einde van het schooljaar waarin zij de leeftijd van 14 jaar hebben bereikt. Dan zal een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring moeten worden aangevraagd bij het samenwerkingsverband voortgezet onderwijs.

 

Wat is een toelaatbaarheidsverklaring (TLV)?

 

Voor plaatsing op een school voor speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO) is een toelaatbaarheidsverklaring nodig. De aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het SO vindt centraal plaats via de Commissie van Advies. Toelaatbaarheidsverklaringen voor het SBO worden decentraal geregeld via de betreffende SBO-school. Een toelaatbaarheidsverklaring SBO is geldig voor alle SBO-scholen binnen ons samenwerkingsverband. Meer informatie over de toelaatbaarheidsverklaring en het aanvragen ervan vindt u hier.

 

Is er een overgangsregeling voor de leerlingen die in 2013-2014 naar het speciaal (basis)onderwijs gingen of met ‘een rugzak’ naar het regulier onderwijs?

 

Door de invoering van Passend Onderwijs, per 1 augustus 2014, eindigen de indicaties voor het speciaal onderwijs en de Leerling Gebonden Financiering (de rugzak) ook. Voor leerlingen met een beschikking voor het speciaal basisonderwijs (SBO) die voor 1 augustus 2014 is afgegeven, geldt dat zij op het SBO kunnen blijven zolang dat nodig is.  Voor leerlingen met een indicatie voor het speciaal onderwijs (SO) geldt dat de toelaatbaarheidsverklaring tot uiterlijk 1 augustus 2016 geldig blijft. In die periode vindt een herindicatie plaats en kan een nieuwe toelaatbaarheidsverklaring voor het SO bij het samenwerkingsverband worden aangevraagd.

Voor de leerlingen met een rugzak op het regulier onderwijs is er binnen het samenwerkingsverband Passend Onderwijs Friesland geen overgangsmaatregel. De budgetten zijn nog wel beschikbaar en worden verdeeld over de schoolbesturen (en scholen). De middelen voor de ambulante begeleiding blijven tot 1 augustus 2016 geoormerkt. Schoolbesturen kunnen de ambulante begeleiding overnemen waarmee zij de begeleiding op hun scholen regelen.
De scholen gaan in gesprek met ouders van ‘rugzak-leerlingen’ over hoe de ondersteuning er in het schooljaar 2014-2015 (en eventueel verder) uit gaat zien. Dit wordt vastgelegd in het ontwikkelingsperspectief van de leerling.